Positie schuldeisers
In een faillissement kan men een onderscheidt maken tussen verschillende schuldeisers: concurrente schuldeisers, separatisten, boedelschuldeisers, bevoorrechte schuldeisers en feitelijke prefente schuldeisers. Concurrente schuldeisers hebben geen voorrangspositie bij vorderingen. Nadat preferente schuldeisers hun vorderingen hebben verhaald, kunnen concurrente schuldeisers evenredig de opbrengst verhalen.
Separatisten zijn schuldeisers die men kan onderverdelen in vuist pandhouders, stil pandhouders en hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben het recht van parate executie, dat wil zeggen dat ze voorrang hebben bij het verhalen op de opbrengst van het desbetreffende goed (waar zekerheidsrecht op rust). De hypotheekhouder en vuist pandhouder hebben voorrang op de belastingdienst.
Boedel-, bevoorrechte en feitelijk preferente schuldeisers
Deze schuldeisers hebben meteen aanspraak op de desbetreffende boedel. Hier kan men denken aan de gemaakte kosten bij de verkoop van een zaak of het salaris van de curator. Bevoorrechte schuldeisers bezitten algemene voorrechten op alle goederen en bijzondere voorrechten op bepaalde goederen. Dit zijn schuldeisers die een voorrangspositie innemen door toeval.
Afkoelingsperiode
Tijdens deze periode kunnen derden door middel van een machtiging verhaal uitoefenen op goederen (van de boedel), maar ook goederen opeisen die zich in de macht bevinden van de gefailleerde of curator. Dit verzoek wordt gedaan door de desbetreffende belanghebbenden of de RC.






