Akkoord
Men spreekt van een akkoord wanneer de concurrente schuldeisers en de gefailleerde tot een overeenkomst komen, aangeboden om een deel van de desbetreffende schuld af te betalen in ruil voor de kwijtschelding van het totale verschuldigde bedrag. Een dergelijk akkoord kan maar één keer tijdens een faillissement aangeboden worden. De partijen hebben de vrijheid om de inhoud van de overeenkomst te bepalen.
Door tot een akkoord te komen blijft de gerechtelijke vereffening achterwege. Voor het aflossen van een deel van de schulden, zal de gefailleerde moeten beschikken over de financiële middelen via ‘derden’ om het akkoord aan te kunnen bieden. Het akkoord wordt aangenomen door middel van een stemming op de verificatievergadering. Het akkoord moet worden aangenomen door minimaal twee derde van de crediteuren, die in totaal 75 procent van de schulden vertegenwoordigen. Stemming kan ook worden gedaan bij volmacht.
Men hoeft niet elke concurrente crediteur hetzelfde percentage aan te bieden. In de praktijk ziet men dat naargelang de vorderingen van de crediteuren lager zijn, een hoger percentage (van de vordering) wordt aangeboden aan de crediteuren. Hopend dat dan twee derde van de crediteuren vóór zal stemmen. Hier wordt dan ook uitgerekend welk percentage aan de desbetreffende crediteuren moet worden aangeboden.
Crediteuren met een voorrangstatus worden preferente crediteuren genoemd. Deze crediteuren willen meestal meewerken aan een akkoord, op voorwaarde dat zij het dubbele aan percentage ontvangen van wat de andere crediteuren wordt aangeboden. De fiscus stelt zich vaak op als preferente crediteur.
Homologatie van akkoord
Wanneer de crediteuren (minimaal twee derde) akkoord gaan met de regeling, dan moet deze uiteindelijk nog goedgekeurd worden door de rechtbank. Het akkoord moet gehomologeerd worden. Bij het homologeren van het akkoord eindigt ook het faillissement en schuldeisers die niet overeengekomen waren met de schuldenaar, deze zijn toch aan het akkoord gebonden. De rechtbank kan een akkoord niet goedkeuren wanneer:
- De boedel meer oplevert dan het totale bedrag dat aan de crediteuren wordt uitgekeerd
- Het akkoord niet voldoende gewaarborgd is, het niet zeker is of er ook daadwerkelijk tot uitbetaling wordt gekomen
- Het akkoord niet op een eerlijke manier tot stand is gekomen en sprake is van een sluipakkoord
Men spreekt van een sluipakkoord wanneer door enkele crediteuren met de gefailleerde een speciale regeling is getroffen die nadelig is voor de overige crediteuren. Een dwangakkoord houdt in dat wanneer de crediteuren die niet instemden met het akkoord toch aan deze regelingen zijn gebonden. Met de homologatie eindigt dan ook het faillissement.






