Beslaglegging op inboedel en inkomen

Beslag leggen op inboedel gebeurt pas wanneer er te weinig saldo op de desbetreffende bank- of girorekening van de schuldenaar staat. Wanneer dit het geval is, komt de deurwaarder eerst een keer langs om een inventarislijst te maken van de in beslag te nemen goederen. Deze lijst wordt ook wel het proces-verbaal genoemd. De inventaris blijft op dat tijdstip nog altijd in de woning, maar wanneer de openstaande schuld niet binnen een vastgesteld termijn wordt betaald, dan wordt er overgegaan tot de openbare verkoop van de inventaris. Wanneer de goederen die in de inventarislijst (proces-verbaal) staan verkocht worden door de schuldenaar, vernield of beschadigd worden, dan pleegt men een strafbaar feit.

 

Sommige instanties kunnen zonder vonnis van de rechter beslag leggen op de inboedel en het inkomen. Van tevoren komt meestal wel eerst een beschikking of dwangbevel. Voor de inbeslagneming is het wel meestal nodig dat er een deurwaarder wordt ingeschakeld. Er zijn instanties die zonder tussenkomst van de rechter beslag kunnen laten leggen op loon of uitkering. De Belastingdienst, het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Sociale Verzekeringsbank, het UWV, IB-groep, Kamer van Koophandel, gemeente en het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) kunnen zonder vonnis van de rechter beslag leggen op het desbetreffende loon of uitkering.

 

Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kan alleen een beslag leggen, wanneer aan alle daarvoor betreffende voorwaarden wordt voldaan. De belastingdienst kan beslag leggen op roerende goederen die zich als inventaris op de grond van de schuldenaar bevinden en door deze in gebruik zijn. Ook wel bodembeslag genoemd. Het maakt bij dit beslag niet uit of deze roerende goederen ook werkelijk het eigendom zijn van de schuldenaar.