Pensioensysteem

Iedereen wil graag op de oude dag nog van het leven kunnen genieten. Daarvoor is echter wel geld nodig. Nederland heeft de pensioenwetgeving via werkgevers, daarnaast heeft Nederland ook nog een Algemene Ouderdomswet en aanvullende regelingen. Met deze drie aspecten samen kunnen Nederlanders in de toekomst toch nog van hun leven genieten en enigszins rondkomen. Qua pensioenen en de hoogte van de sociale zekerheidsuitkeringen zijn er natuurlijk wel een aantal verschillen. Hierover zal naderhand meer uitleg gegeven worden. Wat voor pensioenen zijn er in Nederland eigenlijk? En hoe ziet onze wetgeving eruit? Over deze thema’s wordt later meer verteld, zodat het uiteindelijk allemaal duidelijker wordt hoe het pensioensysteem in Nederland eruitziet.

Onder pensioen verstaan we ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen en nabestaandenpensioen. Het ouderdomspensioen is een uitkering voor de werknemer, zodat er nog geld is gedurende de ouderdomsperiode. Arbeidsongeschiktheidspensioen is een uitkering in verband met de arbeidsongeschiktheid van een werknemer, wanneer de werknemer zich in de ziektewet bevindt of indien de werknemer een ziektewetuitkering ontvangt. Bij het nabestaandenpensioen, kan een gehuwde zijn of haar pensioen uitbreiden, als deze persoon komt te overlijden gaat de geldelijke uitkering naar nabestaanden.

In januari 2007 is de Pensioenwet in Nederland veranderd. Hiermee is de tijd van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) afgelopen en is er een gelijke wet gekomen voor pensioenfondsen en verzekeraars. Er zijn een aantal artikelen of onderdelen van de nieuwe Pensioenwet die per januari 2008 of januari 2009 pas in werking treden. Toch is er behoorlijk wat veranderd, in verband met pensioenregelingen tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder. De werkgever krijgt volgens de nieuwe wet een veel belangrijkere en voorgeschreven taak. Daarnaast krijgt de pensioenuitvoerder een directe en zelfstandige relatie met de werknemer. De werkgever en werknemer moeten een mondelinge- en schriftelijke overeenkomst sluiten, de afspraak moet van twee kanten duidelijk worden, daarom deze zogenaamde pensioenverzekeringsovereenkomst. De pensioenuitvoerder sluit uiteindelijk de overeenkomst tussen werkgever en werknemer. Na drie maanden ontvangt de werknemer een startbrief, hierin staan de voorwaarden en hoofdpunten van het reglement. Dit onderwerp wordt later uitgebreider behandeld.

De nieuwe pensioenwet is ingedeeld in negen hoofdstukken, 207 artikelen, 53 definities en drie uitvoerige definities. De vragen die in de definities terugkomen zijn: Wat is een pensioen in de zin van de wet? Op wie is de wet eigenlijk van toepassing? De pensioenuitvoerders hoeven niet altijd de termen van de pensioenwet letterlijk te gebruiken, maar ze moeten wel zorgen dat ze zich aan de inhoud houden. Toch is er wel een uitzondering, er moet in verband met het “karakter” van de pensioenverzekeringsovereenkomst worden gewerkt met de begrippen die in de pensioenwet staan. Als eerste gaan we verder op de Algemene Ouderdomswet in, hierna kan er meer gelezen worden over de andere aspecten binnen het Nederlandse pensioensysteem.