Jaarruimte

Wanneer er in een bepaald jaar niet genoeg pensioen wordt opgebouwd dan mag men gebruik maken van de jaarruimte. Dit bedraagt zeventien procent van de premiegrondslag min de OR-dotatie, 7,5 keer de pensioenaangroei en de gebruikte middelen uit spaarloonregelingen die gewijd zijn aan vrijwillige systemen in een pensioenregeling. Zowel voor het vaststellen van de premiegrondslag als voor het vaststellen van de pensioenaangroei worden de gegevens van het voorgaande kalenderjaar gebruikt. Dit is tevens van toepassing bij de spaarloonregeling en de OR-dotatie.

 

 

Formule

De formule voor het berekenen van de jaarruimte is als volgt:

 

J = 17 procent – OR – 7,5A – BSR

Waarbij J = de jaarruimte , P = de premiegrondslag (het inkomen min de vaste aftrek), OR = de oudedagsreserve (is het bedrag waarmee de toevoeging aan de oudedagsreserve de afname van de oudedagsreserve van het jaar daarvoor overtreft.), A = de waardeaangroei van de pensioenaanspraak in verband met het vorige jaar (voorzover dat een consequentie is van de toename van de diensttijd in dat kalenderjaar.) en BSR = de middelen uit de spaarloonregelingen van het voorgaande jaar die zijn besteed voor vrijwillige pensioensystemen.


Het inkomen is de winst komende uit de onderneming, voor de afname en toevoeging van de OR en voor de ondernemersaftrek, het belastbare salaris, de belastbare opbrengst uit vorige werkzaamheden en als laatste de belastbare uitkeringen en verstrekkingen over bepaalde periodes.