De Algemene Ouderdomswet

In de eerste pijler van het ouderdomspensioen hoort de AOW (Algemene Ouderdomswet). De AOW vormt een basispensioen. Iedereen die in Nederland woont, is vanaf zijn vijftiende levensjaar verplicht verzekerd voor de AOW. De premieheffing wordt door de belastingdienst gedaan door middel van het innen van premies, gezamenlijk met het bedrag van de loon- en inkomstenbelasting. Iedereen die tijdens zijn 15de en 65ste levensjaar in Nederland heeft gewoond heeft in principe recht op een AOW uitkering. Voor ieder jaar dat men verzekerd is bouwt men twee procent AOW pensioen op. Dit levert uiteindelijk 65 jaar – 15 jaar x 2% = 100% op. Voor elk niet verzekerd jaar (dat men bijvoorbeeld in het buitenland verbleef) gaat er twee procent af. Het maakt niet uit of men nu in één bepaald jaar drie maanden weg is en in een ander jaar tien maanden, twaalf maanden in totaal betekent twee procent minder AOW-uitkering. De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het wettelijk (netto) minimumloon.

 

De AOW is ook afhankelijk van de woonsituatie. De AOW kent uitkeringen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. De AOW is gebaseerd op het zogenaamde ‘omslagstelsel’, iedereen betaalt voor iedereen. Indien men in Nederland staat ingeschreven bij een gemeente krijgt men zes maanden voordat men 65 wordt de AOW aanvraag automatisch thuisgestuurd. De uitvoering van de AOW is in handen van de Sociale Verzekeringsbank.


De AOW is de laatste tijd in het nieuws, dit komt omdat gastarbeiders op dit moment geen recht hebben op een volledige AOW uitkering. De reden dat ze daar geen recht op hebben is, omdat ze niet altijd in Nederland hebben gewoond, wat één van de regels is. Een pressiegroep van de FNV en mensenrechtenorganisaties eisen van het kabinet dat allochtonen alsnog een volledige AOW krijgen, of hen in staat te stellen deze goedkoop in te kopen. In de Tweede Kamer zijn voorstanders en tegenstanders hiervan.