ANW

Ook bij de ANW (Algemene Nabestaandenwet) zorgt de belastingdienst voor de premieheffing. De ANW is een risicoverzekering, dit in tegenstelling tot de AOW. Dit houdt in dat de hoogte van de uitkering niet afhankelijk is van het aantal verzekerde jaren, wat het geval is bij de AOW. De hoogte van het inkomen van de nabestaande bepaalt de hoogte van de uitkering. De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het minimumloon. De inkomsten die men heeft zijn wel van invloed op de hoogte van zijn of haar ANW uitkering.

 

Inkomsten uit vermogen, zoals rente, tellen niet mee in de berekening van uw ANW uitkering. Is het bruto maandloon hoger dan €2103,16 dan vervalt het recht op een ANW uitkering. Dit pensioen gaat in op het moment dat men te overlijden komt, het geld gaat, zoals de naam al zegt, naar de nabestaanden. De volgende groepen gelden als nabestaanden:

 

  • Nabestaanden met een kind onder de 18 jaar
  • Arbeidsongeschikte nabestaanden (minstens drie maanden ongeschikt en voor meer dan 45 procent)
  • Nabestaanden geboren voor 1950


Tot de ANW hoort ook de halfwezenuitkering en de wezenuitkering. Per gezin wordt er maar één halfwezenuitkering genoten. Degene die het kind ‘verzorgt’ ontvangt de halfwezenuitkering, indien dit een ander persoon is ontvangt diegene de uitkering. De halfwezenuitkering is niet afhankelijk van zijn of haar inkomsten. Recht op een wezenuitkering hebben volle wezen (beide ouders zijn overleden) die jonger zijn dan 16jaar. Het recht hierop eindigt wanneer het kind wordt erkend, gewettigd of geadopteerd. Er zijn drie groepen wezen die 16 jaar of ouder zijn en die ook recht hebben op een wezenuitkering:


Kinderen die jonger zijn dan 21 jaar en die meer dan 213 klokuren per kwartaal bezig zijn met het volgen van onderwijs of een beroepsopleiding.
Kinderen die meer dan 45% arbeidsongeschikt zijn en 16 of 17 jaar zijn.
Kinderen die jonger zijn dan 21 jaar en die de zorg dragen voor een huishouden waartoe minstens één andere wees met wezenuitkering behoort.

 

Deze tabel geldt voor een nabestaande zonder kind onder de 18

 

 

met heffingskorting

zonder heffingskorting

bruto bedrag

€ 1.057,74

€ 1.057,74

Vergoeding bijdrage Zorgverzekeringswet

€ 76,15

€ 76,15

Bruto totaal

€ 1.133,89

€ 1.133,89

Loonheffingsbedrag

€ 206,66

€ 379,50

Bijdrage Zorgverzekeringswet

€ 76,15

€ 76,15

Netto bedrag

€ 851,08

€ 628,24


De vakantie-uitkering is € 64,69 per maand en wordt in de maand mei uitgekeerd.