Aanvullend pensioen

Het aanvullend pensioen kan meer geld opleveren dan de AOW (Algemene Ouderdomswet), dit wordt opgebouwd uit de premies van werkgevers en werknemers, kortom pensioendeelnemers. Wil men het maximale bedrag aan pensioen ontvangen, dan moet men maar liefst 40 jaar zonder onderbrekingen gewerkt hebben. Zoals er al gezegd is, zijn er dus veel vrouwen die niet aan deze regel kunnen voldoen door de eerder genoemde redenen (zie sectie 1.4). Dit geldt ook voor parttime medewerkers. Deeltijdwerkers werden vroeger veel uitgesloten van het recht hebben op pensioen, maar kregen het recht hun pensioen op te bouwen met terugwerkende kracht tussen april 1976 en juli 1994. Er zijn twee mogelijkheden om het pensioen te verhogen (aan te vullen).


Ten eerste kan men het partnerpensioen bijverzekeren. Normaal gesproken bedraagt het partnerpensioen 60 procent van het ouderdomspensioen, dit kan echter verhoogd worden naar 70 procent. De premie voor deze aanvullende verzekering is 1 procent van de pensioengrondslag (elk jaar). Mensen die deeltijd werken moeten een pro rata premie betalen. Deze premie wordt ingehouden op het brutosalaris door de werkgever, maar over deze premie hoeft geen loonheffing betaald te worden, dus uiteindelijk is het nettobedrag wel lager.


De tweede optie is het bijverzekeren van het ouderdomspensioen. Mensen kunnen individueel gebruik maken van het ‘Individueel Aanvullend Pensioen’. Hiermee kan het basispensioen uiteindelijk verhoogd worden. De premies hiervan worden belegd in aandelen, dit is leeftijdsafhankelijk. Wanneer dit vermogen gespaard is, wordt er uiteindelijk op de pensioeningangsdatum ouderdoms- en partnerpensioen verworven.


De premie voor het Individueel Aanvullend Pensioen is wederom afhankelijk van de leeftijd en daarnaast ook gerelateerd aan het pensioenverleden. De werkgever houdt de premie in op het brutosalaris, maar ook over deze premie hoeft men geen loonheffing te betalen. Hier behoort uiteindelijk dus ook netto minder betaald te worden.