Afkoop en uitruil

Men kan een pensioen in één keer afkopen als de pensioenafspraken niet te uitgebreid waren. Over het ontvangen bedrag moet echter wel belasting betaald worden. Het afkopen kan slechts op de volgende hieronder uitgelegde vijf manieren gedaan worden.


Ten eerste moet de persoon minder dan 1 jaar pensioendeelnemer in een pensioenregeling zijn geweest en daarnaast moet deze persoon geen waardeoverdracht aangevraagd hebben van een eventueel eerder opgebouwde pensioenaanspraak. Ten tweede moet bij het ingaan van het pensioen de desbetreffende persoon in Nederland wonen en daarnaast moet de pensioenuitkering minder dan € 406,44 per jaar bedragen. Ten derde kan het pensioen wel afgekocht worden als men geëmigreerd is, maar moet de pensioenuitkering wel minder dan twee keer € 406,44 per jaar bedragen. Ten vierde, bij een verandering van dienstbetrekking moet de afkoop dienen tot een waardeoverdracht. Als laatste moet de afkoop tot een omzetting van een pensioen op het eigen leven van de ex-partner bij een echtscheiding dienen. Dit betekent ook dat er geen verschil tussen man en vrouw in verband met de afkoopwaarde mag zijn. Er moet gestreefd worden naar een collectieve actuariële overeenkomst.

Er moet eigenlijk altijd een mogelijkheid zijn om het bestaande pensioen uit te ruilen naar een ander soort pensioen, zoals een hoger ouderdomspensioen, een eerder ingaand ouderdomspensioen of een combinatie van deze laatste beide pensioensveranderingen. Dit alles geldt voor een opgebouwd nabestaandenpensioen dat dan wel vanaf 1 januari 2002 opgebouwd moet zijn.

 

Als een pensioendeelnemer hiervan gebruik wil maken moet er altijd toestemming gevraagd worden aan de eventuele partner. Het uitruilrecht kan niet toegepast worden op een bijzonder partnerpensioen, wel op vrije pensioenregelingen waarbij ouderdomspensioen en partnerpensioen opgebouwd worden.