VUT-regeling
Deze regeling was erg populair in de jaren 70 in verband met de werkgelegenheid. Men bleek van mening te zijn dat het goed was dat ouderen met de VUT (Vervroegd Uittreden) gingen, zodat jongere werknemers meer kans hadden het werk en de desbetreffende functies van de oudere werknemers over te nemen. Het VUT en pensioen lijken enigszins op elkaar, maar zijn toch redelijk anders. Op het moment is sinds 1 januari 2006 de fiscale tegemoetkoming van het VUT en pensioenregelingen met vormen van het ouderdomspensioen vanaf een vroegere ingangsdatum dan het 65ste levensjaar afgeschaft. Toch is het interessant om te weten hoe de VUT regeling eigenlijk in elkaar zat, zodat er een vergelijking met de normale pensioenregeling gemaakt kan worden.
De VUT regeling gold voornamelijk tijdens een CAO-periode en was tijdelijk. Voor een nieuwe CAO-periode kon afgesproken worden dat de VUT verviel. Pensioenregelingen hebben niettemin een duurzame aard. De hoogte van de VUT-uitkering hing niet af van het complete aantal dienstjaren, al gold wel het voorbehoud dat men tien jaar voorafgaand aan het VUT bij de desbetreffende onderneming in dienst geweest moest zijn. De hoogte van het ouderdomspensioen zoals eerder genoemd is gekoppeld aan het aantal gewerkte dienstjaren. In de VUT-regeling werden geen rechten opgebouwd en bij vroegtijdige dienstbeëindiging werden ook geen rechten meegegeven. De VUT-regelingen werden gefinancierd door het omslagstelsel. Het ouderdomspensioen door het kapitaaldekkingsstelsel. De lasten van de VUT werden opgebracht door personen die nog geen recht hadden op het VUT. De VUT-regeling is afgeschaft, omdat de regering wou en nog steeds wil dat ook oudere mensen gewoon tot hun 65e levensjaar blijven werken.
Toch is er nog wel een overgangsrecht in verband met de VUT. Dit geldt voor de mensen die voor 1 januari 1950 zijn geboren. De VUT en pensioenregelingen kunnen voor deze mensen blijven bestaan zonder fiscale vergelding. Er kan georganiseerd worden dat wanneer een werknemer later dan de VUT of de pensioeningang gebruik wil maken van zijn of haar recht, de totale pensioenuitkering later verhoogd kan worden. De regering wil hierdoor mensen enthousiast maken langer te werken.






