Waardeoverdracht
Waardeoverdracht is wanneer een pensioendeelnemer bijvoorbeeld een andere baan gevonden heeft en de oude pensioenrechten over kan hevelen naar een nieuwe werkgever om een breuk in het pensioen te voorkomen. Wanneer een pensioendeelnemer gebruikmaakt van het wettelijke recht op waardeoverdracht, dan mag diegene hiervoor geen kosten betalen. Als er geen plicht voor de pensioenuitvoerder is om aan de waardeoverdracht mee te werken, dan moet de deelnemer voor de kosten opdraaien. De waardeoverdracht bij een verandering van werkgever moet binnen zes maanden zijn aangevraagd. De financiële risico’s van de over te dragen afspraken moeten bij de huidige zowel als de nieuwe pensioenuitvoerder individueel hetzelfde zijn.
Als er een waardeoverdracht plaatsvindt terwijl er geen verandering in werkgever is, dan moet er ook sprake zijn van gelijkwaardigheid in financiële risico's. Dit kan gebeuren wanneer een werknemer het pensioen wil uitruilen, dus bijvoorbeeld van partnerpensioen naar ouderdomspensioen of als de werknemer wil gaan shoppen. Shoppen kan echter alleen als dit volgens de pensioenverzekeringsovereenkomst mag.
Bij een collectieve waardeoverdracht moet elke pensioenuitvoerder meewerken aan het einde van een contract, daarnaast moeten de sociale partners hierover ook een afspraak maken. De collectieve waardeoverdracht komt voor, wanneer een werkgever aan het einde van de periode waarover het contract loopt naar een andere pensioenuitvoerder overstapt. Een andere situatie is wanneer de onderneming overgenomen wordt door een andere pensioenuitvoerder. Als laatste kan het zijn dat de pensioenuitvoerder wordt geëlimineerd.
In verband met een internationale waardeoverdracht zijn de bepalingen nieuw.
Ten eerste is de pensioenuitvoerder verplicht mee te werken aan de algemene eisen die in de Pensioenwet staan in verband met de waardeoverdracht. Wanneer de overdracht door een Nederlandse pensioenuitvoerder wordt verricht, dan wordt er niet naar de financiële risico’s van de in een ander land gevestigde uitvoerder gekeken. Als laatste mogen de mogelijkheden tot afkoop in een ander land niet breder zijn dan die in de Nederlandse Pensioenwet.






