Verschillende soorten heffingskortingen

Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. Partners hebben ieder hier individueel recht op. Hierbij kan dus niet de korting overgedragen worden naar de partner. Wanneer één van de partners bijna geen inkomsten heeft of helemaal geen inkomsten, dan gebruikt diegene maar een klein deel of niets van de heffingskorting, hierbij kan men dan onder bepaalde voorwaarden dit geld direct uitbetaald krijgen. De definitie van bijna geen inkomen is dat het totaal van het salaris, de uitkering of het pensioen lager is dan circa € 6.000,- en er daarnaast geen ander inkomen is. Er is echter wel een voorwaarde voor deze uitkering, de partner moet namelijk genoeg inkomen hebben en genoeg belasting betalen.

 


Arbeidskorting
De belastingplichtige heeft recht op deze korting, wanneer men of een inkomen heeft uit salaris, of winst uit een onderneming of een resultaat uit vroegere werkzaamheden. Het moet wel gaan om inkomsten uit een huidige arbeid. De arbeidskorting is qua hoogte afhankelijk van het gemeenschappelijke bedrag van de hiervoor betreffende inkomsten uit de huidige arbeid. Mensen die ouder dan 57 jaar zijn krijgen een hogere arbeidskorting.

 


Combinatiekorting
Recht op de combinatiekorting is er voor een belastingplichtige, wanneer er ten eerste een inkomen uit de huidige arbeid met een salaris hoger dan circa € 4.800,- is of wanneer de belastingplichtige een zelfstandigenaftrek voor ondernemers krijgen kan. Ten tweede moet er tijdens ten minste zes maanden bij aanvang van het kalenderjaar een kind tot het huishouden behoren dat jonger is dan 12 jaar. Ten derde moeten beide gedurende die periode op één gelijk woonadres ingeschreven staan.

 

 

Aanvullende combinatiekorting en alleenstaande ouderenkorting
De partner die het minst verdiend heeft naast het recht op de combinatiekorting ook recht op de aanvullende combinatiekorting. Deze korting is er ook voor een werkende alleenstaande ouder die ook weer recht heeft op een combinatiekorting. Voor alleenstaande ouderenkorting geldt geen maximale inkomensgrens. Op deze korting heeft een belastingplichtige recht als er ook recht is op een AOW-uitkering voor een alleenstaande.

 


Alleenstaande ouderenkorting
Hierop heeft een belastingplichtige recht als hij of zij ten eerste in 2007 meer dan zes maanden geen partner heeft. Ten tweede moet er een huishouding gevoerd worden met een kind dat onderhouden moet worden en op een gelijk woonadres ingeschreven staat. Ten derde moet deze huishouding gevoerd worden met kinderen die jonger zijn dan 27 jaar bij aanvang van het kalenderjaar.

 


Aanvullende alleenstaande ouderenkorting
Hierop heeft een belastingplichtige recht als er ten eerste recht is op een alleenstaande ouderenkorting. Ten tweede wanneer er een huidige arbeid verricht wordt. Ten derde als er tijdens een periode van meer dan zes maanden een huishouding gevoerd wordt met een kind dat jonger dan 16 jaar is bij aanvang van het kalenderjaar en gedurende die periode ook op een gelijk woonadres ingeschreven staat. 

 


Jonggehandicaptenkorting
Deze korting geldt voor een belastingplichtige die recht heeft op een ‘arbeidsongeschiktheidvoorziening jonggehandicapten’ (de Wajong-uitkering), dit kan alleen als er voor deze persoon een ouderenkorting geldt. Men heeft ook recht op deze korting wanneer er ook recht op een Wajong-uitkering is, maar deze niet ontvangen wordt. Dit kan dan zijn, omdat er bijvoorbeeld een ander soort uitkering ontvangen wordt of er inkomsten uit arbeid zijn. 

 


Ouderenkorting
Hierop heeft een belastingplichtige recht als hij of zij op 31 december 2007 het 65e levensjaar heeft bereikt en een inkomen heeft van maximaal € 31.757.

 


Levensloopverlofkorting
In verband met de invoering van de levensloopregeling is ook de levensloopverlofkorting geïntroduceerd. Een belastingplichtige heeft hierop recht bij een regelmatige opname van het levenslooptegoed.

 

Ouderenverlofkorting
In het kader van de invoering van de levensloopregeling en het afschaffen van de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof, is de ouderschapsverlofkorting ingebracht. Deze korting geldt voor een belastingplichtige die gebruikmaakt van het recht op het ouderschapsverlof en aan de levensloopregeling deelneemt. Het berekenen van deze korting wordt gedaan door middel van het vermenigvuldigen van het ouderschapsverlof in uren met een bedrag van 50 procent van het bruto minimum uurloon per genomen verlofuur.