Rechten en plichten huur

Het Burgerlijk Wetboek (afgekort als BW) geeft in artikel 7:201 BW een definitie van het huurrecht: "Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie". In het huurrecht staan de verplichtingen van zowel de verhuurder als de huurder beschreven. De verhuurder is onder andere verplicht:
- gebreken aan de verhuurde woning tijdig te verhelpen (Art. 7:206 lid 1 BW)
- de verhuurde woning tijdig ter beschikking te stellen aan de huurder (Art. 7:203 BW)
- in te staan voor gebreken, ook immateriƫle zoals overlast, die niet door de huurder zijn veroorzaakt (Art. 7:204-210 BW).
De huurder moet onder andere:
- de huur betalen (Art. 7:212 BW)
- zich als een goede huurder gedragen (Art. 7:213 BW)
- werkzaamheden aan de woning toestaan (Art. 7:220 lid 1 BW)
- de woning gebruiken zoals in het contract beschreven (Art. 7:214 BW).






