Kamernood

In Nederland kan de woningmarkt de vraag naar studentenkamers en -woningen niet aan. Het studentenhuisvestingsprobleem zoals het ook wel wordt genoemd, wordt lokaal aangepakt door gemeenten, woningcorporaties, universiteiten en hogescholen. Het ministerie van VROM (tegenwoordig bezet door twee ministers, één voor Ruimte en Milieu en één voor Wonen, Wijken en Integratie) staat hen daarin bij. Zij proberen er ook voor te zorgen dat het kamernood probleem op de lokale politieke agenda wordt gezet.

 

Voorbeelden van lokale inspanningen om de kamernood te verzachten zijn de containerwoningen die o.a. in en om Amsterdam geplaatst zijn. Dit zijn een heleboel containers naast en boven elkaar die verbouwd zijn tot éénpersoonswoningen. Er zijn containers die een eigen douche- en wc cel en keuken hebben en complexen waarin deze faciliteiten gedeeld worden. Ook is er bij Amsterdam een schip omgebouwd voor studenten. Bewoners hebben dan allemaal een eigen ´kajuit´en eten in de scheepskeuken.

Amsterdam en Utrecht zijn echte probleemgevallen wat woonruimte betreft, in Enschede en Eindhoven zijn nauwelijks problemen met het aanbod. Doordat er vooral in de randstad niet genoeg aanbod is om aan de vraag te kunnen voldoen wijken studenten uit naar steden en dorpen in de buurt. Studenten die in Amsterdam of Utrecht studeren zoeken bijvoorbeeld een kamer in Haarlem, Almere of Amersfoort. Er zijn zelfs studenten die in Nijmegen studeren en in een kamer in Duitsland wonen. Studenten die hiervoor kiezen moeten niet vergeten dat in Duitsland andere regels gelden.