Overige kosten
De huurder moet naast de gewone huur rekening houden met overige kosten. Voor intrek in de huurwoning moet er meestal een borg aan de verhuurder worden betaald en tijdens de huurperiode moet de huurder met kosten voor gas, water en stroom rekenen. Deze kosten verschillen van elkaar per woning maar de volgende algemene regels met betrekking tot de borg en de servicekosten gelden in ieder geval.
Borg
De huurder is wettelijk verplicht de verhuurder een borg van ten minste één maand huur te betalen. Deze borg moet vóór intrek in de woning betaald worden en is een soort garantie voor de verhuurder: als er schade aan de woning is of bepaalde afspraken uit het contract geschonden worden mag de verhuurder de borg behouden. Als er geen problemen optreden tijdens de huurperiode moet de verhuurder de borg na beëindiging van de huurovereenkomst weer terugbetalen aan de huurder. Na vijf jaar mag de borg worden verhoogd volgens de Index voor Consumentenprijzen (´Índice al Precios de Consumo´, IPC). De huurder moet dan het verschil met de vorige borg bijbetalen. De effecten van inflatie worden zo teniet gedaan.
Servicekosten
In het algemeen moeten kosten die direct met het gebouw verbonden zijn (zoals groot onderhoud en onroerend goed belasting) door de verhuurder worden betaald. Individueel afhankelijke servicekosten zoals water, elektriciteit, gas en een telefoon- en internetaansluiting moeten door de huurder betaald worden. Huurders die hun woning met anderen delen betalen voor hun servicekosten door een extra, van tevoren vastgesteld bedrag dat tegelijkertijd met de huur wordt betaald of door middel van het gemeenschappelijk betalen van de afzonderlijke rekeningen. Het is van belang bij de verhuurder te informeren welke servicekosten er bij de huur zijn inbegrepen. Als alle servicekosten apart worden betaald, vraag dan om een inschatting van deze kosten om de maandelijkse uitgaven te kunnen plannen.






