Huurwet
De wetgeving rondom het huren, dat wil zeggen rondom de twee partijen, de huurder en de verhuurder, die een overeenkomst hebben getekend (huurcontract), kan heel ingewikkeld zijn. Zowel huurders als verhuurders worden geadviseerd om bij problemen professioneel advies van bijvoorbeeld een advocaat in te winnen. De Huisvestingswet van 1988 (Housing Act 1988) maakt onderscheid tussen twee types huurders, namelijk:
- ´assured tenants´, zekere huurders
- ´assured shorthold tenants´, zekere huurders in kort bezit van de woning
Alle mensen die vanaf Januari 1989 of eerder in een woning wonen zijn ´assured tenants´. ´Assured shorthold tenants´ hebben hun huurcontract overgenomen van een persoon die vanaf Januari 1989 in een woning heeft gehuurd. Ook mensen die vanaf 28 Februari 1997 een huurcontract hebben afgesloten zijn ´assured shorthold tenants´. Studenten die een woning van de universiteit huren worden niet beschouwd als ´assured shorthold tenants´.
De tweede categorie huurders heeft minder rechten dan de eerste, zie hiervoor ook Huurrecht. Basis mensenrechten en statutaire rechten zijn altijd gegarandeerd. Adviesbureau als het adviesbureau voor burgers kunnen helpen bij vragen over huurdersrechten. Zie hiervoor ook Hulp & Advies.






