Sociale voorzieningen zorgverzekering
De sociale voorzieningen in Nederland zijn een aanvulling, wanneer het inkomen dat mensen hebben lager is dan het minimumloon. Deze voorziening wordt gefinancierd uit de belasting uit inkomen en loon. Hieronder een overzicht van de verschillende soorten sociale voorzieningen en hun eigenschappen. Welke wetten gaan erover en voor zijn ze precies bedoeld?
- De ‘Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers’, bekend als de IOAW
- De ‘Wet werk en bijstand’, bekend als de WWB
- De ‘Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen’, bekend als de IOAZ
- De ‘Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten’, de Wajong
- De ‘Wet maatschappelijke ondersteuning’, bekend als de WMO
De ‘wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers’ is een uitkering die deze groep garantie op een inkomen geeft op een sociaal minimum niveau. Er is geen vermogenstoets aan deze uitkering verbonden. De uitkering is voor mensen die geen recht meer op een WW uitkering hebben of arbeidsongeschikt zijn en een gedeeltelijke WAO of Wajong uitkering krijgen. Na het 65e levensjaar houdt de IOAW uitkering op. De WW heeft de duur van de WW uitkering teruggebracht naar drie jaar en twee maanden. De IOAW is een aanvulling op het levensonderhoud, voor alleenstaanden is de uitkering 70 procent van het Nederlandse minimumloon. Andere inkomsten gaan van de IOAW uitkering af.
De ‘Wet werk en bijstand’ is voor mensen die niet genoeg geld hebben om in hun levensonderhoud te voorzien en geen recht hebben op de sociale verzekeringswet of een andere sociale voorziening. Alleen gedetineerden en jongeren onder de 18 jaar kunnen geen beroep doen op de Wwb. De Wwb is een uitkering aanvullend op het levensonderhoud, de hoogte van de uitkering is 70 procent van het minimumloon en bij een gehuwde is het 100 procent van het minimumloon. Overige inkomsten worden op de uitkering verminderd. Hierbij geldt er een ‘vermogenstoets’, dit betekent dat wanneer een gezin een eigen vermogen heeft, er geen recht op een uitkering is.
De ‘Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen’ is een garantie voor inkomen op sociaal minimum niveau aan de boven gemelde groep. Deze uitkering kan men krijgen na het stoppen van de onderneming, bedrijf of beroep. Het is daarnaast een aanvulling op de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze uitkering is er vooral voor zelfstandigen tussen de 55 en de 65 jaar en voor mensen die jonger dan 65 zijn, maar deels arbeidsongeschikt zijn en hun bedrijf of beroep hebben moeten opgeven. De IOAZ is een aanvulling op het levensonderhoud en 70 procent van het Nederlandse minimumloon. Als men gehuwd is, is dit 100 procent van het Nederlandse minimumloon. Als men verdere inkomsten heeft wordt dit van de uitkering afgehaald.
De ‘wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten’ is er dus voor de genoemde groep bij langdurigheid van een handicap. Deze uitkering geldt voor mensen onder de 65 jaar, die op hun 17de levensjaar of erna arbeidsongeschikt zijn geworden. Voor degenen die na het 17de levensjaar gehandicapt zijn geworden, zouden als studerende aangemerkt moeten zijn (dus recht hebben gehad op studiefinanciering) en dit moet dan voor in ieder geval 6 maanden geweest zijn. De uitkering wordt gegeven als de jonggehandicapten 1 jaar lang in ieder geval 25 procent arbeidsongeschikt zijn geweest, of na afloop van dat jaar ook nog in ieder geval 25 procent arbeidsongeschikt zijn. De Wajong uitkering is een uitkering aanvullend aan het levensonderhoud en voor een alleenstaande is de uitkering 100 procent van het Nederlandse minimumloon. Als iemand een Wajong uitkering wil, maar ook recht heeft op een WAO of een Waz uitkering, dan gaan die uitkeringen eerst voor. De Wajong uitkering is meestal lager dan de anderen, is dit niet het geval, dan wordt er wel een Wajong uitkering gegeven.
De ‘wet maatschappelijke ondersteuning’ is inclusief bepaalde voorzieningen, zodat men nog deel kan nemen aan de samenleving en zichzelf enigszins kan redden als zelfstandige. Voor voornamelijk ouderen die een beperking hebben is deze voorziening van belang. De ‘wet maatschappelijke ondersteuning’ is er om mensen van huishoudelijke hulp, vervoer, of woningaanpassing te voorzien. De gemeentes mogen zelf beslissen hoe ze deze uitkering als ondersteuning zien en hoeveel vrijwilligers ze hiervoor zouden willen aannemen. De WMO heeft als doel om de samenleving voor iedereen enigszins beter te maken. Ze ondersteunen de burger en zijn daarnaast een aanspreekpunt. De voorzieningen zijn: mantelzorg, vrijwilligerswerk, leefbaarheid in bepaalde wijken en buurthuizen. Vooral voor mensen die zelf geen hulp kunnen vinden en regelen is het belangrijk dat gemeentes de optie tot hulp in het huishouden, vervoer en eventuele woningaanpassing kunnen geven.






